| |
|
|
|
|
 |
|
Dit verhaal gaat over een Spookje.
ze noemden hem Stanny
Alle spookjes worden wit geboren.
Maar alleen ons spookje was niet echt wit maar had een roze
gloed.
Het stond hem of was het een haar, ( dat wist niemand) wel
koddig.
Een beetje rozig, maar ja, roze is toch best een toffe kleur.?
|
 |
|
|
|
 |
Op de Spookschool werd
geleerd hoe ze moesten spoken.
Als ze boeh
moesten oefenen riep Stanny steevast boehoe.
Iedereen lachte hem uit.
Als ze moesten ronddwalen als een echte spook deed Stanny,
dit met
heel veel zwier.
Best wel aardig om te zien, maar niet voor een stoer eng spookje.
Ieder spookje had koolzwarte ogen ,Stanny had mooie blauwe ogen.
En van die lange wimpers,stiekem was iedereen daar best wel
jaloers op,
Maar ze lachten hem allemaal uit. |
|
|
|
| |
|
|
|
|
| |
Op een dag werd hij het beu en trok op een
donkere nacht de wijde wereld in.
Dit was best wel eng zo helemaal alleen in het donker, de maan
lachte hem ook al uit
of was het toe? hij wist het echt niet meer. |
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Plotseling hoorde hij een kreet oehoe oehoe, hij schrok zich een
spokenhoedje.
Brrrrrrrr dat was een griezelig geluid en daar boven in die boom
daar zat een Uil
Dit was een oud wijze uil , en die zei : voor mij moet je niet
bang zijn hoor ,ik doe niemand kwaad, maar wie ben jij nu ?, Wat
een raar wit dier!
Nee, ik ben geen dier , maar een spookje .
Ik heet Stanny en hij vertelde zijn verhaal. .
MMMM zei ‘die wijze uil, je moet gewoon
,gewoon doen en alles gaan verkennen
Dan kom je wel vrienden tegen en kun je best wel plezier in
het leven krijgen.
Veel succes ermee. "Oehoe oehoe |
|
|
|
 |
|
Op weg, ja, waar na
toe ? Kwam hij weer een nachtdier ,oh nee het waren
er twee,tegen eng
, fladderend zwarte dieren.
Oh , zei ,, ik schrik me naar wie zijn jullie nu weer.
Oh , wij zijn Vleermuizen ,
meer Vleer dan muis alhoewel,
maar zonder dollen wij zijn erg aardig en fladderen hier
zomaar wat rond. |
 |
|
|
|
|
|
|
 |
|
Maar wat doe jij nu hier en je bent zo wit hum ,ja wit hi hi.
Je moet me niet uitlachen hoor zei Stanny want daar kan ik niet goed meer
tegen en vertelde zijn verhaal.
Voor ons maakt de kleur echt niet uit hoor zeiden de vleermuizen
en ,
weet je fladder lekker met ons mee vanavond. , dan stel ik je aan alle nachtdieren voor .
Zo gingen ze dus op weg zwart en wit ( rozewit) |
 |
|
|
|
|
|
|
|
 |
|
Eigenlijk best wel erg
gezellig zo.
Zo maakte Stanny ook kennis met de de wilde zwijnen.
Die waren s'nachts ook erg actief bezig, het waren een beetje
knorrige , maar maar best wel
familiare beesten. |
|
 |
|
 |
|
Toen gingen ze naar het grote bos, daar zijn de herten en die zijn
wel lief.
Inderdaad ,die waren mooi en groot en Stanny voelde zich hier
wel thuis.
Lekker rond hun heen zweven , ze waren ook zo sierlijk.
Het klikte meteen , en hij mocht blijven.
Ja, toch wel
handig zeiden die herten, want wij wonen hier op de Veluwe en
daar zijn s’morgens van die nevelslierten dat noemen ze witte
wieven, en die beschermen ons kijk en als ze er dan niet zijn
dan kun jij voor witte wieven spelen.
Dus zo gezegd zo gedaan, nu zweeft hij in het vroeg
van de avond tot de vroege ochtend rond op de Veluwe, tussen zijn vrienden de herten.. |
|
|
|
 |
|
Maar op een avond hoorde hij Pang.........
Alle dieren vluchtte weg, wat was nu ?
Hij vroeg aan de Uil , wat is eigenlijk aan de hand, dat is een
jager zei de uil.
Jager, wat is dat nu weer,vroeg Stanny.
O, zei de Uil die jaagt op herten, o en waarom dan vroeg Stanny
Om ze op te eten natuurlijk , Oh maar dat is vreselijk zei
Stanny
Ja, het is ook al jaren verboden, maar dit is eigenlijk
een hele gemene, jager..
|
|
 |
|
 |
|
Ik ga daar wat aan doen
zei Stanny., dat mag niet meer gebeuren
De uil lachte en lachte , buikkrampen kreeg hij ervan, .
Hij moest zijn buikje gewoon vasthouden.
En jij wil die jager bang maken .
ach ,ach zo,n lief spookje.
Maar Stanny verloochende zijn afkomst niet., |
|
|
|
|
De volgende avond bij het schemeren
hoorde hij een knal
Ik zweefde er naar toe ging achter de jager zweven en tikte hem
op de schouder.
De Jager schrok zich een jagershoedje en keek dwars door Stanny
heen.
Hij bibberde en beefde van de schrik, hij dacht dat Stanny een
geest was en de jager was een beetje bijgelovig en begon te
bibberen
Hij werd heel erg bang, en begon te bibberen.
Draaide zich om en koos het hazenpad.
Zo de rust was wedergekeerd. |
 |
|
 |
|
Alle Herten kwamen Stanny
bedanken en prezen zijn dapperheid..
En die Jager die hebben ze nooit meer gezien.
Nu hoefde ze niet zo bang en schuw meer te zijn voortaan.
Stanny had de zomer van zijn leven, maaar er begon toch wat te
knagen
Ja, hij mistte toch zijn familieleden.
|
|
 |
|
 |
|
De broers en zussen
spook
Op een zekere dag besloot hij toch om terug te gaan naar zijn
familie.
Maar hij wist de weg niet meer natuurlijk, dus ging op visite
bij de vleermuizen en die wisten wel raad, samen gingen ze op
weg , want volgens de vleermuizen , waren de spoken gezien bij
het oude kasteel .
|
|
 |
|
|
|
|
|
|
|
| |